zondag 6 juli 2008

De ochtendstond in Paparoa, Northland

De ochtendstond. De zon straalt. Het blauw verdwijnt. De wind zwelt aan, het bliksemt, hagel slaat tegen de ruiten nog voor de donder ‘broem’ kon zeggen. Honderden kippen crossen over het pad van de open weide terug naar de schuur.
Plots gaat de wind weer liggen, de hemel is blauw en een Belg zou denken dat het voor de rest nog een prachtige dag wordt... want zo voelt het aan. De kippen weten beter. Die crossen met honderden het pad af, in de wetenschap dat ze waarschijnlijk maar twintig minuten hebben voor het volgende onweer. Zij die hun ei nog kwijt moeten blijven binnen.
Elke dag zijn er minstens een paar regenbogen, links of rechts: van de bui die nog moet komen of van de bui de we net gehad hebben.
Het eten verwarmt de koude biggen. Ze komen van alle kanten toegestroomd, modder makend van de aarde die de hoge druk van hun smalle poten niet kan verdragen. Drie emmers ‘Kumara’ verdwijnen zo snel als een groot pak frieten op tafel bij een vijf-koppig Vlaams gezin. Gelukkig krijgen de 84 biggen daarna nog 30 liter eieren en 35 liter kippenvoeder. Dat houdt hen nog een half uurtje bezig. Daarna is het wachten op de middagportie.
Hector en zijn zeugen staan op een gelijkaardig dieet, met 1 verschil: als compensatie voor het feit dat ze minder eieren krijgen, werpt Bert hen dagelijks de pas overleden kippen toe. Deze overtollige kippen waren de reden waarom hij met varkens begonnen is. Dit heeft nogal de neiging uit de hand te lopen als je weet dat hij een tiental zeugen heeft, een zeug gemiddeld 2 keer per jaar ‘werpt’, een tiental biggen per keer.
Nooit eerder aten we zoveel eieren, ham, spek, worsten en gekapt. En allemaal zo lekker... De varkensworst bijvoorbeeld smaakt hemels na een jaar van schapenworsten. Maar ik denk toch dat ik morgenochtend nog eens gewoon confituur op mijn boterhammen smeer. Het hoeft niet elke ochtend met spek en eieren.
Ik heb zelden zo’n fitte kippen gezien. Ze lopen net voor de twaalfde keer vandaag hun schuur binnen, toch een goede 50 meter rengalop verwijderd van hun groene weide.
De dag kabbelt verder. Weer een regenboog. Zo meteen moet m’n brood in de oven. Veerles quiche mag er bijna uit. Het wordt lekker eten vanavond.
De douche doet deugd. Het lopen was heilzaam maar toch wat nat en koud. Het had er nochthans goed uit gezien... de zon scheen toen ik vertrok. Ik zou geen goede kip zijn. Nog een geluk dat ik vandaag zoveel spek en eieren at.
De avond valt. De kippen lopen niet meer zo snel naar binnen. Ze beseffen dat het de laatste keer is. Tijd voor de stok. Veerles quiche is verrukkelijk, met ham, eieren en zilverbiet. En de rode wijn gaat er ook goed bij. En dan had ik het nog niet over de lekkere soep die dagelijks op het menu staat nu Veerle voor haar verjaardag een soepboek kreeg.
We hangen lui en verzadigd in onze zetel. Het was een toffe film. Nog even Veerles rug masseren. Die halve pul massageolie moet nog leeggeraken. Ze kan niet mee in de bagage en volgende week vertrekken we.
We liggen languit in het warme bed. Ik ben benieuwd wat de dag morgen zal brengen...

Veerle en Koen

maandag 23 juni 2008

Zwart voor de ogen






Zwart voor de ogen


Ze hadden geen kans
Ze hebben nooit een kans gehad

Het is moeilijk aanvallen
Zonder zelfs de moed der wanhoop
Onder de indruk
Opkijkend door respect
Als schapen naar een schaaphond
Als apathie naar bezieling...
... als middelmatigheid naar passie

Engeland 12 – Nieuw-Zeeland 44





Bij John en Ruth








zaterdag 21 juni 2008

t Natte noorden

“De zon in haar meest vloeibare vorm” noemt John het: harde regenbuien. Maar ook gure wind. De winter doet zijn intrede. Maar hier in Northland, Whangarei, blijft het behalve te nat wel erg mild en heel vochtig. Onder nul gaan we nog niet. De windturbines draaien er wel op los en aan alternatieve energie is er op de top van deze heuvel momenteel zeker geen tekort.
John en Ruth leven erg klein behuisd en primitief, vooral omdat ze momenteel aan het bouwen zijn. Stroom is er gelukkig bijna altijd, na een zonnige dag door de zonnepanelen of bij veel wind door de turbines; douchen gebeurt in een cabine buiten; de WC is een “longdrop” en de was wordt met de hand gedaan. Erg primitief dus, maar ze blijven er optimistisch onder. Ik bewonder hen. Geen ruimte genoeg om ons een kamer aan te bieden, dus logeren we bij de zoon, 1,6km verderop. Ook daar primitief, maar alles went.
John kan praten als geeneen en weet op alles wel wat gezegd. Geduld vereist dus soms. Maar daar lijkt Koen die hem volgt tijdens zijn buildingactiveiten erg goed mee om te kunnen gaan. Weerom bewondering van mijn kant. John’s lach is er echter 1 uit de duizend en tijdens onze dagelijkse gezellige filmavonden bezorgt die me telkens weer binnenpretjes.
Muziek lijkt voor deze familie een deel van het leven. En daar zijn de drums en de gitaren die een groot deel van de leefruimte inpalmen een bewijs van.
Ruth is erg zachtaardig en ontzettend vriendelijk. Getekend voor het leven na een accident op de boerderij bij het melken door chronische zenuwpijnen in haar been, boert ze toch dapper door. Ze zorgt voor het voederen van het vee, regelt de verkoop met de stock agent, melkt dagelijks de geit, zorgt voor de paarden... Terwijl de mannen zich toeleggen op hun bouwproject, trek ik met Ruth op. Gezellig binnen in het zware regenweer naai ik waterdichte stof op de zomerdekens van de paarden. Ik help de kalfjes te voederen, paarden te verzorgen...
We leren de huid van een koe te bewerken om er een tapijt van te maken: geen 1-dagswerkje! Het vet en vlees moeten zo goed als mogelijk worden afgeschraapt. Daarna zal de huid bewerkt worden met een mengeling van kerosine, bakpoeder en... hersenen. Een heel proces dus.
Voor John en Ruth, die beiden erg gelovig zijn, is de familieband heel belangrijk. En dat valt te merken. Zoon en dochter, vader en moeder, zus... wonen op dezelfde baan en meer dan eens per dag wordt er heen en weer gebeld. Ook de maaltijden zijn dikwijls een groots familiegebeuren.
Slechts anderhalve week zullen we hier blijven, want we willen graag nog naar een varkensboerderij. De weken voor onze terugkeer naar Belgie korten. En dat voelen we. Een vreemd gevoel. Een verlangen naar een weerzien. En terzelfdertijd een besef van veel afscheid, van mensen en plaatsen.
De Field Days, een gigantische landbouwbeurs in Hamilton waar we twee weken geleden naartoe gingen. De tweede grootste ter wereld op de VS na. Een 40-jarig bestaan werd gevierd en Koen en ik keken er ons de ogen uit het lijf: van klein tot supergroot, allerhande landbouwmateriaal ten toon gesteld: voor de omheining, voor houtbewerking, voor het melkvee, tractoren en graafmachines, kettingzagen voor Koewne en paardrijmateriaal voor mij,... We ontmoetten er onze vrienden van de Westkust op het Zuideiland, de boeren Pete en Sonia terug en kregen spontaan logement en “dogsitting” aangeboden bij een kennis van hen in Hamilton.
Jill, onze trouwe viervoeter, voelt zich trouwens nog uiterst in haar nopjes. Sinds ze haar vaccinatie tegen hondsdolheid heeft gekregen – 1 van de vereisten net als de verplichte microchip voor ze mee naar Belgie kan vliegen – crosst ze er oprecht gelukkig op los, over bergen, door het water waar ze eerst bang van was, doorheen het hoge gras, langs het strand. Ze heeft al zoveel bijgeleerd sinds ze met ons meereist en ’t doet ons deugd om de veranderingen te zien en te beleven.
17u30: de avond valt en het is tijd voor ‘dinner’ en misschien nog een gezellige film, voor mij dan toch. Want vanavond spelen de All Blacks opnieuw en dat wil Koewne natuurlijk voor geen geld missen. Hoe we ze live gingen bekijken in het Eden Park in Auckland laat ik aan hem over.

Mij rest enkel een warme groet vanuit het Noorden op het Noordeiland voor het haardvuur.

Koen en Veerle