donderdag 25 oktober 2007

Owaka, The Catlins, bij Bruce en Kate

Beeld je in: een golvend groen wijds landschap, veel sprookjesachtiger, vrediger en zachter dan het ruige, rotsachtige en droge landschap in Kurow; een veel kleinschaligere boerderij dan in Otekaieke high country station met – tussen de weiden en een grote tuin met vele bloemperken – daarnaast een cottage; een boerderij met 60 koeien, 250 ooien, 500 lammetjes, 2 ezels, enkele paarden, een Lucky pony, kippen, honden en een kat. En beeld je dan tenslotte twee zachtaardige, openhartige mensen in: Bruce en Kate McLachlan…
Dat zou je zowat in de sfeer van onze ondertussen volgende verblijfplaats moeten brengen in Owaka ‘place of the canoe’ in the Catlins. NB: Owaka is de grootste stad van de Catlins die zich een hondertal kilometer lang en vijftigtal kilometer breed die zich uitstrekt over het meest zuidwestelijke deel van NZ, en er wonen 395 mensen.
Een vaak heel andere aanpak en benadering hier dan in de high country station. Maar op zijn minst even leerrijk qua farming experience. En… we voelen ons hier compleet op ons gemak.
Bruce heeft een eigen droge humor die iedereen aan het lachen zou kunnen brengen. In Koewnes ogen is hij een soort GVR (grote vriendelijke reus). Hij neemt ons zowat op sleeptouw, terwijl zijn vrouw, Kate, naar haar werk gaat. Zij is librarian in de Open Area School van Owaka. In zo’n school zitten alle leeftijden van kleuter tot middelbaar onderwijs. Dat maakt hier zo’n dikke 200 studenten, met soms enkelingen per klas of per richting. Bijna onvoorstelbaar voor ons. Een gastvrouw betrokken in het onderwijs met een leerkracht (of eigenlijk twee met Koen erbij) op bezoek leidt soms tot interessante “schoolverschilgesprekken”. Als je eenmaal weet dat universitaire studies hier heel duur zijn en afgestudeerden ‘overseas’ trekken op zoek naar hogere lonen om hun universitaire schulden af te betalen – bij gebrek aan overheidssteun – dan besef je toch maar hoe goed we het in Belgie qua onderwijs hebben. En het aanleren van “parenting skills” op 16-jarige leeftijd door leerlingen zorg te laten dragen voor een ei, of een andere verantwoordelijkheden, deed me toch even glimlachen. De opmerking kwam er nadat Koewne en ik gevraagd waren om voor de 22 lammetjes te zorgen op de boerderij. Een voorbeeld van een heuse ‘parenting skill’… voor twee 26-jarigen (of neen, ondertussen al 1 27-jarige), gevierd met een warme tas thee op bed J.
Maar… we genieten ervan. Tweemaal daags 22 flessen poedermelk klaarmaken voor de ‘Parendale’ lammetjes (een Parendale is een soort schaap dat in NZ voornamelijk gekweekt wordt voor het vlees en waarvan de ooien – goede moeders – normaal gesproken meer dan 1 lam per keer krijgen. Dit in tegenstelling tot de Merino’s die voor de wol worden gekweekt, maar slechtere moeders zijn, en daarvoor tijdens het lamseizoen met rust moeten gelaten worden – bij rustverstoring doen ze geen moeite om hun weggelopen lam terug te vinden. Die laatste krijgen normaal gezien maar 1 lam per worp).
Onze lammetjes: Rabbit (spitse langorige lammetjes die veel weg hebben van een konijn), Dotje, Slowie, Stripe, Pinkie (+) en Kakki (+) en Coatie die een jasje van schapenwol draagt omdat hij als kleintje bijna omgekomen was van de koude ( Prachtige uitvindinge!). De melkflessen worden omgekeerd in drinkbakken geplaatst en meestal per 5 laten we de lammetjes hun weg naar de flessen vinden. Niet altijd een makkelijke taak voor de “Wee ones” (kleintje) die eerst moeten aangeleerd worden om van een fles te drinken. Terwijl drinken voor de groten ahw een competitie is geworden die soms leidt tot het nodige stoot en duwwerk als je er niet op tijd bij bent om hen van hun lege fles weg te halen. Koewne had al langer het idee om zich eens “in te melken” en zich daarna te laten bedelven door de lammetjes. Gisteren was het zover. En ik kan je garanderen: het was aanstekelijk om hem te zien afgelikt worden door een kudde lammetjes.
Schapen, schapen, schapen… ondertussen zijn we behoorlijk sheepexperienced geworden. Zelfs “tailen” is een deel van onze rijke levenservaringsCV geworden. Dat wordt een behoorlijk bloederige zaak, vreesden we. Maar neen. In tegenstelling tot de high country stations waar de staart wel nog met een mes wordt afgesneden, gebeurt het hier met een rubberen ring. Dit omdat The Catlins een behoorlijk nat en laagliggend gebied is en een open wonde in het natte gras gemakkelijk zou kunnen infecteren. Bij het gebruik van een rubberen ring wordt de bloedtoevoer afgesneden waardoor de staart op den duur afvalt. Pijnlijk? Ja waarschijnlijk wel even, als je de lammetjes het eerste half uur na de ‘tailing’ ziet wriemelen en rollen over de grond. Zeker voor de mannetjes vanwie de ballen ook een strakke rubberen ring krijgen. Sorry guys J. Maar tailing is zeker verantwoord als je ziet welke ziekten een schaap met staart kan krijgen door het vuil, de uitwerpselen… die er zich in verzamelen en daardoor zware infecties veroorzaken. Stadsmensen – die zich manifesteren als een soort GAIA groep – protesteerden er ooit tegen, wist Bruce me te vertellen, maar ze zouden beter moeten weten, want net door de staarten te laten staan, wordt dierenleed veroorzaakt.
Opmerkelijk hoe ook ik, die even terug zeker ook twijfelachtig zou hebben gestaan tgo zulke praktijken, hier aan het veranderen ben. Doordat mijn ‘onwetendheid’ (door alle ervaringen heen) hier ‘vanzelfsprekendheid’ aan het worden is. En val niet omver: maar ik vind lamsvlee eigenlijk best lekker, ik schrik er niet meer voor terug om dode dieren (konijn en lam) ergens weg te halen van bij de rest,…en zelfs een koe villen vond ik heel leerrijk.
En ook daar hangt een heel verhaal aan vast. Een trist verhaal, zeker voor een boer als Bruce die voor een koe als deze zeker 700 dollar voor haar vless had kunnen krijgen. Een van zijn koeien was nl. Ziek geworden. Nadat we haar extra voeding en medicamenten gegeven hadden, bleek de koe –die een gigantische uier had- niet te genezen. Bruce liet daarom de veearts komen en dat leidde tot 2 mogelijkheden. Doordat de koe een ‘ulcer’ had in een van de vier magen, zou ze niet overleven en zou, ofwel de veearts haar laten inslapen, ofwel Bruce haar neerschieten. Het werd dat laatste want dan kon haar vlees nog aan de koeien gegeven worden en anders niet.
Het was met die koe dat Bruce ons leerde hoe een dier te villen. Ik zal jullie de details ervan besparen, maar hoe wredd het ook klinkt, we leerden er veel van bij.
Koewne heeft ondertussen al wat nieuwe uitleefbezigheden gevonden. Op de quads rondsjeesen is er een van, en misschien kan het gras maaien op een grote benzinemaaier ook aan het rijtje toegevoegd worden. Plus natuurlijk werken met de kettingzaag! –een werkje waar we, na een grote storm hier die heel wat bomen omhaalde, zeker nog een tijdje mee bezig zullen kunnen zijn-. Voor mij staan de ponyrit en de ezel zadelmak maken voor het karretje (waarbij ik bij de ezel voorlopig het karretje speelde en de ezel enkel hielp gewend raken aan het harnas en de teugels…Bij een harde windstoot werd dat een bijna ‘ezeltje ren en Ve hangt erachtert aan race’ met een gelukkig positieve afloop) Verder ook zeker de wandelingen met de headindog Jill. Bruce traint honden die zelfs overseas verkocht worden. Zijn hond Troy heeft ons al enkele staaltjes van zijn kunsten laten zien bij het samendrijven van de schapen. En als Bruce over de honden vertelt, dan hangen we aan zijn lippen.
Veel vrije tijd voor de bezienswaardigheden hier in de Catlins. Een daarvan was de opening van het catlins’museum in Owaka. Ontegensprekelijk het evenement van het jaar voor de dunbevolkte streek. Elk lid van de gemeenschap is gekend voor zijn / haar kwaliteiten en werd dan ook op de gepaste wijze ingeschakeld in het lokale gebeuren. Bruce, als gerennomeerde kindervriend –want ook Santa Claus tijdens de kerstperiode- zou deelnemen aan de stoet met lucky, de kleine Shetland pony, en twee van zijn kleinkinderen achterop in het karretje. In de week voor de plechtige opening werd de pony ‘test gereden’, geborsteld, bijgeknipt, gewassen, de riemen en de hoeven ingevet, het karretje afgestoft en de truck –die haar ter plaatse zou brengen- opgeblonken. Je kan er wel uit afleiden dat hij toch een beetje zenuwachtig was. Kate zou –als lid van de ‘open Owaka Gardens Club’- planten en koekjes verkopen in een van de vele standjes van een artisanale markt. Ze moest voor de club –die ook een praalwagen in de stoet zou hebben- een vijftal typische Nieuw-Zeelandse varens ( het nationaal symbool) voorzien… Een werkje waar uiteindelijk Bruce, Veerle en Koen mee opgezadeld werden. Uiteindelijk haalden we er veertig uit de bossen …om toch zeker genoeg –goede- mee te hebben. Op de eigenlijke feestdag kwam alles tot een goed geheel. De markt was heel gezellig met presentaties van een kunstsmid, en de houtkunstenaar ( met een reusachtige kettingzaag), de muziekleraar met leerling, een miniatuur hooibaalmachine, de plaatselijke hakagroep, de vrijwillige ‘fire brigade’, de winnaars van de baardgroeicompetitie die een aantal maanden eerder was begonnen, …Vervolgens was er een mooie stoet met alle verenigingen die zo’n klein gehucht maar kan hebbeb ( school politie -1 man-, scouts, rugbyclub, plantenclub, Lions club, oldtimerclub, en vele andere). Bruce liep gemoedelijk maar ook wel trots voorop.
Best spectaculair tijdens een van onze uitstappen waren de Mc Lean Falls. Na een hevige regendag, en het kan er hier in deze groene vallei wel wat van deze lente, stroomt het water er nog harder dan gewoonlijk. De wandeling ernaartoe leidt je doorheen een prachtig regenwoud, zo ook voor de andere –minder grote maar ook bezienswaardige- Matai Falls en Purakauniu Falls. In Curio Bay, op diezelfde stormachtige dag, trotseerden we de koude, voor een bezoekje aan de versteende, 150 miljoen jaar oude, gefossiliseerde bossen, daar langs de rotsen aan de zee. We waren er bij laagtij, maar wss door het slechte weer, kwam de zee al snel opzetten en moesten we beroep doen op onze Red Rocket, om vanop de top van de kliffen de rest van het wilde zee- en golfspektakel te aanschouwen.
Ooit al eens een zeeleeuw van dichtbij horen en zien brullen? In Surat Bay kwamen we er zo eentje -500 kg?- tegen en ik kan je verzekeren: ze doen je hartje sneller slaan. Zeeleeuwen zijn uniek hier in NZ. Ze lijken sterk op zeehonden maar zijn toch weer verschillend. Ze hebben een stompe neus, korte neusharen en je idnt ze op de zandstranden. Zeehonden hebben een ountachtige neus, en lange snorharen en je vindt ze terug op de rotsachtige delen van de kust.\Ook de geelogige pinguin is hier een uniek gegeven, maar mss wordt dat een relaas voor een volgend verslag.
Voor ik het vergeet…wil ik iederen die al maitljes heeft gestuurd heel erg bedanken. Als ik ze niet beantwoord, is dat omdat we beperkte toegan hebben tot het Internet en de verbinding heel traag gaat. We lezen jullie mailtjes wel met vreugde en genieten ook van het nieuws uit het thuisfront!
Een verslag op papier neerpennen doet de tijd hier vliegen. De lammetjes roepen…!
Vele groetjes en big hug van aan de overkant!
Tot schrijfs,
Ve en Koewne

1 opmerking:

mama Leen zei

Zo lief die lammetjes,goeie voorbereiding op latere papflesjes he..
Jullie volop in de lente en het ontluikende leven en wij hier in de herfst met vallende bladeren...
Is de wereld nu groot of klein? Ontzagwekkend toch en hoe klein de mens.
Geniet verder van de eenvoud van geluk..
kus,knuf en kruisje